Beweeggeschiedenis

Mijn beweeggeschiedenis begint al vroeg. Als oudste van zes jongens was ik vaak degene die het voortouw nam wanneer we buiten gingen spelen. Zodra ik oud genoeg was om zonder al te veel toezicht naar buiten te gaan, speelde ik urenlang in de speeltuin bij ons in de buurt. De formele speelruimte bestond uit een glijbaan, schommels en een wipkip. Ik merkte al jong dat bewegen voor mij een manier was om energie kwijt te kunnen en om even weg te zijn van alle drukte thuis.

Toen ik ouder werd, ontdekte ik steeds meer informele speelplekken. In de buurt hadden we fitnessapparaten buiten staan waar ik graag kwam. Met vrienden en mijn broertjes speelden we tikkertje, verstoppertje en op de trampoline. De vrijheid van spelen zonder vaste regels sprak mij toen al aan,  we maakten namelijk onze eigen spelvormen en pasten de regels aan tot iedereen het naar zijn zin had. Het was een plek waar ik leerde samenwerken, omgaan met ruzietjes en echte vriendschappen opbouwde.

Een belangrijke stap in mijn beweeggeschiedenis was toen ik op mijn elfde bij scouting ging. Dat werd een groot onderdeel van mijn leven. Bij scouting was de ‘speelruimte’ als het ware eigenlijk de hele wereld: bossen, parken, open velden en elke plek waar we maar iets konden bouwen of ontdekken. Ik leerde daar klimmen, knopen leggen, samenwerken en grenzen verleggen. Scouting gaf mij een gevoel van avontuur en vrijheid, en ik denk dat het me mede heeft gevormd tot de sociale, meelevende en verantwoordelijke persoon die ik nu ben. De leiders bij scouting hebben me veel geleerd, vooral over samenwerken, doorzetten en initiatief nemen.

Rond mijn puberteit begon sport een grotere en serieuzere rol te spelen. Ik was vaak buiten actief en deed regelmatig verschillende beweegactiviteiten met vrienden en broertjes, maar het was pas rond mijn zeventiende dat ik echt vaste sportstructuur kreeg. Dat moment kwam toen ik begon met de sportschool. In het begin vond ik het spannend, want ik wist niet precies wat ik moest doen. Maar hoe vaker ik ging, hoe meer ik merkte dat de sportschool een plek werd waar ik controle voelde. Ik kon mijn eigen doelen stellen, mijn eigen tempo bepalen en resultaten zien. De sportschool werd niet alleen een training, maar ook een mentale uitlaatklep, vooral in de mindere periodes. 

Het mooie is dat mijn beweeggeschiedenis niet alleen bestaat uit sport, maar uit de mensen om me heen. Mijn ouders gaven me de vrijheid om te spelen, mijn broertjes zorgden voor competitie en gezelligheid, en bij scouting leerde ik leiderschap en samenwerken. Later, in de sportschool, ontmoette ik mensen die mij motiveerden en inspireerden om door te zetten en meer uit mezelf te halen.